Huurster verhuurt een deel van haar sociale huurwoning sinds januari 2012 gemiddeld twee nachten per maand via Airbnb.nl. De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen. Het boetebeding is nietig o.g.v. artikel 3:40, lid 2 BW/6:233 aanhef en onder a. BW. Huurster dient een bedrag van € 10.580,00 aan begrote opbrengst uit onderverhuur aan verhuurder te betalen. Zie: ECLI:NL:RBAMS:2016:3568.